RIVM rapport 2014-0143

In opdracht van VWS, in het kader van V/050301/01 E-sigaretten, heeft het RIVM een nieuw rapport uitgebracht over de gezondheidsrisico’s van het gebruik van E-sigaretten. Dit omdat het aantal E-sigaret gebruikers fors is gegroeid en de onduidelijke gezondheidseffecten van het gebruik. Voor dit onderzoek is het risico voor de gebruikers beoordeeld op basis van de stoffen in de damp. In 2015 gaat het RIVM de effecten van stoffen in uitgeademde damp op omstanders onderzoeken.

Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); Titel: De gezondheidsrisico’s van het gebruik van E-sigaretten; Jaar van uitgave: 2015, publicatiedatum 23 maart. De volledige testresultaten zijn opgenomen in deze Excel bijlage.

Het RIVM rapport 2014-0143

Het RIVM rapport 2014-0143 omvat 130 pagina’s. Het is een zeer uitgebreid rapport naar aanleiding van een grootschalig onderzoek en over het geheel geeft de opbouw een positieve indruk.

Toch wordt die positieve indruk van dit RIVM rapport aan de kant van de metingen en de daarop gebaseerde en gerapporteerde meetresultaten overschaduwd door de bewust gekozen worstcasescenario’s, die helaas niet de realiteit weerspiegelen. Voor alle tests is een voltage van 4,5 volt gebruikt op 2e generatie top coil clearomizers (type CE4 of soortgelijk) met een weerstand hoger dan 2 ohm met daarin E-Liquid uit de 1e generatie cartridges. Dit mag goed bedoeld zijn, maar is naar mijn mening een behoorlijk foute keuze geweest. Geen mens dampt namelijk op deze setting met deze apparatuur, alleen damprobots, die zeggen niets en geven er weinig om als het vies smaakt vanwege de te hoge temperatuur. Het verminderd de uiteindelijke waarde van dit RIVM rapport aanzienlijk.

Helaas krijgt de E-sigaret hierdoor nog steeds een slechter imago aangemeten dan het in werkelijk heeft.

E-sigaret veel minder ongezond dan tabak sigaret

Om maar direct met één van de meest positieve zaken uit dit RIVM rapport te beginnen:

Citaat: Publiekssamenvatting – pagina 3

E-sigaretten, oftewel elektronische sigaretten, verdampen een vloeistof die meestal nicotine en een smaakstof bevat. De E-sigaret is weliswaar minder ongezond dan tabakssigaretten, maar de damp van E-sigaretten bevat een aantal ingrediënten en chemische onzuiverheden in hoeveelheden die schadelijk zijn voor de gezondheid. Het gaat onder andere om nicotine, propyleenglycol en glycerol en aldehydes, nitrosamines en metalen. Inhalatie hiervan kan leiden tot irritatie en schade aan de luchtwegen, hartkloppingen en een verhoogde kans op kanker. Deze gezondheidseffecten zijn wel veel minder ernstig dan die van tabak roken: longkanker, hartinfarct en beroerte, longemfyseem en COPD, en mond-, tong-, slokdarm-, maag- en blaaskanker.

Eindelijk wordt er eens in een Nederlands officieel onderzoeksrapport gezegd dat de E-sigaret (veel) minder ongezond is dan de klassieke tabak sigaret. Dat wisten we natuurlijk allang, maar toch fijn dat we dat nu ook officieel bevestigd krijgen van het RIVM. Toch wordt er in de eerste alinea van dit RIVM rapport ook direct weer een kanttekening bij geplaatst en over bepaalde risico’s gesproken. Alhoewel deze veel minder erg zijn dan bij de tabak sigaret, is de onderbouwing van deze risico’s niet bepaald voor de hand liggend. Hierover later meer.

Gebruikspatronen, E-Liquids, hardware en parameters

In samenwerking met TNS NIPO en het Trimbos-instituut is aan de hand van een marktonderzoek via een vragenlijstonderzoek de E-Liquid en de hardware gekozen en zijn de gebruikspatronen en diverse parameters vastgelegd. Deze gegevens en parameters zijn vervolgens in het onderzoek voor de diverse metingen gebruikt. Er zijn in totaal 456 mensen ondervraagd, welke als representatieve groep dampers wordt beschreven.

Gebruikspatronen

Citaat: Risicobeoordeling E-sigaret – pagina 30

Het Trimbos-marktonderzoek (hoofdstuk 2) verschafte informatie over frequentie en gebruik van E-sigaretten. Op basis van deze gegevens zijn drie typen dagelijkse gebruikers gedefinieerd, een ‘matige’, een ’gemiddelde’ en een ’zware’ damper. Dit leidde tot de volgende drie blootstellingsscenario’s:

– matige damper: 15 trekjes per dag bij een totale dagelijkse dampduur van 60 min.

– gemiddelde damper: 60 trekjes per dag bij een totale dagelijkse dampduur van 120 min.

– zware damper: 500 trekjes per dag bij een totale dagelijkse dampduur van 240 min.

In dit RIVM rapport wordt uitvoerig onderbouwd hoe men tot deze dampprofielen is gekomen. Echter wel jammer dat deze profielen onder de meeste dampers weinig herkenbaar zijn en niet echt in verhouding tot elkaar lijken te staan. Tevens wordt er ook bij de tests dus geen rekening gehouden met de E-Liquid en het nicotinegehalte (16 mg/ml) voor bijvoorbeeld de zware damper. Is dit wel zo representatief voor een zware damper van vandaag?

E-Liquids

De primair gebruikte vloeistoffen zijn vloeistoffen uit cartridges van de 1e generatie E-sigaret:

Citaat: Risicobeoordeling E-sigaret – pagina 30

De risicobeoordeling is primair gebaseerd op dampconcentratiedata van twee e-vloeistoffen (nr. 6 en nr. 172) omdat van deze e-vloeistoffen dampconcentraties zijn bepaald voor alle stofgroepen (polyolen, nicotine, aldehydes/ketonen, tabakspecifieke nitrosamines en vluchtige organische stoffen). Indien dampconcentraties in andere e-vloeistoffen hoger waren, is dit meegenomen in de risicobeoordeling.

Hier had ik toch liever andere keuzes gezien. Het gros van de gemiddelde dampers gebruikt deze E-Liquids toch niet in de voor de tests gebruikte verdampers. Het werkt niet. Te hoog VG gehalte, dikkere vloeistof, slechte E-Liquidtoevoer, te hoge temperatuur en uiteindelijk eerder een dryhit. Tevens zie ik in deze vloeistoffen een aantal stoffen die behoorlijk afwijken of totaal niet aanwezig zijn in het overgrote deel van de 183 E-Liquids die voor de tests ter beschikking stonden. Ook dit wordt haarfijn uitgelegd, maar ik weet daar te weinig van om er een heel concreet oordeel aan te hangen. Ik vind het een wat merkwaardige keuze. Zaten in deze E-Liquids stoffen die de beoogde testresultaten zouden opleveren? Bekijk de Excel bijlage zelf maar.

Hardware

Citaat: Onderzoek samenstelling van damp – pagina 61

Op basis van bovenstaande overwegingen en de resultaten van het marktonderzoek zijn twee verschillende e-sigaretten van de eerste generatie gekozen en een drietal gangbare modellen tweede generatie e-sigaretten van verschillende fabrikanten. Relevante gegevens hiervan zijn opgenomen in Tabel 9.1.

RIVM rapport 2014-0143 Hardware

Tabel 9.1: de geteste tweede generatie verdampers

Gloeidraad  Lont  Reservoir

Enkelvoudig, 2,2 ohm, Silica getwijnd draad, 2,4 ml

Enkelvoudig, 2,4 ohm, Onbekend materiaal watje, 2,6 ml

Dubbel, 2,2 ohm, Silica getwijnd draad (kort afgeknipt), 3 ml

Deze hardware vierde ooit hoogtij en al zijn deze typen nog steeds verkrijgbaar, verliezen ze meer en meer aan populariteit. Heel representatief voor de gebruiker van vandaag is het niet. Gezien de enorm snelle ontwikkelingen is het ook niet bepaald eenvoudig om dat bij te houden. Neemt niet weg dat wanneer de tests (ook) waren uitgevoerd met een voltage wat geschikt is voor deze 2e generatie E-sigaretten, de uiteindelijke risicobeoordeling positiever en veel realistischer had kunnen zijn.

Parameters

Er zijn veel parameters gebruikt voor de tests en alle uitvoerig beschreven en uitgelegd. Heel veel parameters zijn denk ik zorgvuldig gekozen en berekend, maar met de hierna volgende keuze van de te gebruiken spanning begeeft men zich op spiegelglad ijs.

Citaat: Onderzoek naar samenstelling van damp – pagina 64

E-sigaretten van de eerste generatie worden geactiveerd door een druksensor. Bij het nemen van een trekje door de rookmachine wordt de E-sigaret vanzelf geactiveerd (mits voldoende snel lucht wordt aangezogen). E-sigaretten van de tweede generatie worden echter geactiveerd door een drukknop die geïntegreerd is in de batterij. De batterij levert dan stroom zolang de drukknop wordt ingedrukt. Bovendien is bij sommige tweede generatie E-sigaretten de spanning van de batterij instelbaar. Om deze tweede generatie E-sigaretten in de rookmachine te kunnen testen en tevens het effect van de variabele batterijspanning te kunnen simuleren hebben we de E-sigaretten aangesloten op een elektronische schakeling die de aangesloten E-sigaretten synchroon met de rookmachine activeert en waarbij de spanning tussen 3 V en 4,5 V kan worden ingesteld.

Onderschatten blootstelling gebruikers of testresultaten bewust negatief beïnvloeden

Een testexperiment waarbij de invloed van de voedingsspanning op de het verbruik van de e-vloeistof en de hoeveelheid afgegeven nicotine werd bepaald liet duidelijk zien dat deze, zoals verwacht, sterk toenemen naarmate de voedingsspanning hoger is (Tabel 9.5). Om de blootstelling van gebruikers niet te onderschatten is bij de metingen daarom een spanning van 4,5 V gebruikt.

RIVM rapport 2014-0143 testopstellingOndanks het feit dat er elders in het rapport wordt aangegeven dat onder de gebruikers die hebben deelgenomen aan het onderzoek slechts 10% een model gebruikt waarvan het voltage kan worden ingesteld, wordt voor alle tests van dit model uitgegaan. Op zich had dit geen probleem hoeven te worden als voor het juiste voltage was gekozen. De gemiddelde spanning zoals de meeste gebruikers hadden aangegeven, echter daar heeft men omwille van bovenstaande niet voor gekozen.

De keuze voor een voltage van 4,5 Volt maakt de test waardeloos

Er is gekozen voor een “extreem” hoge waarde van 4,5 Volt. Gelet op het feit dat er standaard top coil clearomizer(s) zijn gebruikt zoals de CE4 of vergelijkbare typen. En dat heeft natuurlijk kwalijke gevolgen voor veel van de gemeten waarden. Onbruikbaar kan je wel stellen. Zoals al eerder aangehaald dampt men zo niet. Het is geen representatieve test. De gemeten waarden geven door de veel te hoge temperatuur een vertekend beeld. Een niet realistisch, negatiever beeld. Hierop aansluitend pakt de risicobeoordeling natuurlijk ook negatiever uit. Helaas!

Overige zaken

Er worden nog een aantal andere opmerkelijke zaken aangehaald.

Citaat: Samenvatting – pagina 10

De nicotinegehalten lopen uiteen van 0 tot 37,4 mg/ml; bij 15 van de 183 E-vloeistoffen week de gemeten nicotineconcentratie meer dan 25 procent af van de door de leverancier opgegeven waarde. Dit zou aanleiding kunnen zijn om te gaan handhaven op de nicotinegehalten in vloeistoffen, aangezien deze volgens de warenwet overeen moeten komen met de etikettering.

Interessante vaststelling. Handhaving op nicotinegehalten in de E-Liquids omdat de echte waarden afwijken van wat er op het etiket vermeld was. Lijkt mij een goede zaak dat beter te controleren.

Citaat: Samenvatting – pagina 13

De risico’s en voordelen van het gebruik van e-sigaretten staan niet onomstotelijk vast (Callahan-Lyon, 2014; Grana et al., 2014). Een reeks studies die recent in Tobacco Control (mei 2014, volume 23, supplement 2) verscheen, onderstreepte dat. Wel is er voldoende bewijs dat gebruik van E-sigaretten minder schadelijk is dan het roken van tabaksproducten (Farsalinos en Polosa, 2014; Hajek et al., 2014; McNeill et al., 2014).

Ontzettend fijn om te zien dat er notie is genomen van onderzoeken van vooraanstaande wetenschappers die zich voortdurend inzetten voor allerlei gedegen, goed onderbouwde onderzoeken op het gebied van de E-sigaret.

Citaat: Dit rapport – pagina 16

Deze risicoanalyse begint met een marktonderzoek waarin via vragenlijstonderzoek onder 456 dagelijkse of wekelijkse gebruikers van de E-sigaret in Nederland in kaart is gebracht welke producten zij roken en hoe de wijze en omstandigheden van dat gebruik zijn. Het marktonderzoek is in samenwerking met TNS NIPO en het Trimbos-instituut uitgevoerd en leverde gegevens op over de meest gebruikte hardware en vloeistoffen en de gebruikspatronen van ervaren E-sigaret gebruikers die als input dienen voor de rest van deze risicobeoordeling.

Allemaal prima wat mij betreft, maar toch ontzettend jammer dat er wederom geen samenwerking of overleg heeft plaatsgevonden met Acvoda. Zij vertegenwoordigen een aanzienlijk grote groep dampers en hadden zonder enige twijfel juist die input kunnen leveren waarmee cruciale fouten in dit RIVM rapport hadden kunnen worden voorkomen.

Citaat: Samenstelling e-vloeistoffen – pagina 22

Naast de door de fabrikant gebruikte ingrediënten bevatten e-vloeistoffen ook nog enkele stoffen die niet als ingrediënt zijn toegevoegd, maar daarin als verontreiniging aanwezig waren. In dit onderzoek gaat het om alle stoffen behalve nicotine, propyleenglycol, glycerol en geur- en smaakstoffen.

Dit is opmerkelijk. Verontreiniging vind ik uit den boze. Strenge controle daarop sta ik volledig achter.

Citaat: Samenstelling damp – pagina 27

Mogelijk vindt gedeeltelijke ontleding plaats van propyleenglycol en glycerol bij verhitting, maar het exacte mechanisme is niet opgehelderd. De concentraties van deze stoffen in de damp is erg variabel; bij het testen van twee ogenschijnlijk identieke verdampers van dezelfde fabrikant, gevuld met dezelfde e-vloeistof, werd ruim een factor 25 verschil gevonden in de dampconcentratie van formaldehyde.

Kan ik me wat bij voorstellen als de ene verdamper tegen een dryhit aan zat of zich in bevond en de andere nog net niet. Ik had hier toch maar wat graag een realistisch testresultaat naast willen zien. Met diezelfde twee verdampers, coils en E-liquid, getest op een voltage van bijvoorbeeld ongeveer 3,6 Volt en de zekerheid dat de wicks van voldoende E-Liquid waren voorzien. Ik vraag me af of het RIVM het daadwerkelijk voor elkaar gekregen heeft “dryhits” te voorkomen met deze top coil clearomizers. Is er werkelijk op nagezien dat de wicks gedurende alle tests steeds voldoende E-Liquid hadden? Werden de top coil clearomizers met regelmaat gekanteld? Een damprobot zegt niets en dampt gewoon door, ook als het vies begint te smaken.

Resumé

Een RIVM rapport waarin één uitspraak als een enorme winst mag worden betiteld: De E-sigaret is (veel) minder schadelijk dan de tabak sigaret. Hiep hiep hoera! We roepen het toch al zo lang.

Verder een gedegen rapport, heel zorgvuldig in elkaar gezet. Ontzettend jammer van het feit dat er een cruciale fout in zit voor wat betreft de gekozen spanning voor de tests, gezien de clearomizers die zijn gebruikt. Tevens jammer dat er ondanks veelvuldig aanbod en pogingen opnieuw geen gebruik is gemaakt van de expertise van Acvoda en een meer representatieve groep van gebruikers, E-Liquids en hardware. Dit had zeker een enorm verschil gemaakt. Het kan dus nog beter en ik kijk al uit naar een volgende versie van dit RIVM rapport met inbreng van de juiste kennis en ervaringen.

De kanttekeningen geven toch weer die negatieve klank

RIVM en NVWA zegt nu op basis van dit RIVM rapport 2014-0143 opnieuw en onterecht dat de E-sigaret schadelijker is dan eerst werd aangenomen. Ondanks het feit dat we nu allemaal officieel weten dat de E-sigaret veel minder schadelijk is dan de tabak sigaret. Men blijft die overdreven negatieve klanken gebruiken en dat is niet bepaald in het belang van de volksgezondheid. Het lijkt erop alsof men aanstuurt op ‘beter maar blijven roken’ in plaats van een wetenschappelijk bewezen minder ongezond alternatief positief te benaderen en te promoten. Dit heeft dus nog wat meer tijd nodig zullen we maar zeggen. De welbekende belangen zoals geld en macht, verheven boven onze gezondheid, spelen natuurlijk ook nog steeds een rol en dat zal nooit ophouden.

Overigens wordt er nu ook een minimum leeftijd van 18 jaar voor de E-sigaret geïntroduceerd. Om te voorkomen dat jongeren te makkelijk in aanraking komen met de elektronische sigaret, scherpt staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid) de regels aan. Ook voor de E-sigaret zonder nicotine. Hiep hiep hoera! Dit juichen we alleen maar toe! In plaats van 2e en 3e generatie E-sigaretten sterker te reguleren en ver vooruit te lopen op de nieuwe TPD. Op een tijdstip waarop dit naar alle waarschijnlijkheid nog niet was toegestaan, had deze minimum leeftijd eerder moeten worden ingevoerd. We roepen het toch al zo lang!

Lees ook de reacties van Acvoda, de Esigbond en Hotcoil Digital Media.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *